Je slaapt redelijk, je werk gaat oké, je hebt geen klachten waarmee je naar de huisarts zou gaan. Maar ergens voelt het ook niet echt goed. Je bent moe op een manier die moeilijk te omschrijven is, je mist iets zonder precies te weten wat, en de standaardvraag ‘ben je gezond?’ geeft gewoon geen antwoord op wat er eigenlijk speelt.
Dit gevoel is verrassend veel mensen bekend, en het klassieke ziektemodel schiet hier tekort. Dat model vraagt namelijk alleen: ontbreekt er iets? Maar wat als het antwoord nee is, terwijl je toch niet echt lekker in je vel zit? Precies daar biedt het concept van positieve gezondheid een andere ingang. Niet ‘ben je ziek of gezond?’, maar: hoe gaat het eigenlijk met jou, op alle vlakken die er voor jou toe doen? In dit artikel leggen wij van Jongedame.nl het model stap voor stap uit, zodat je het concreet op je eigen leven kunt toepassen.
Het spinnenweb in één oogopslag
Positieve gezondheid, ontwikkeld door huisarts Machteld Huber, beschrijft gezondheid niet als de afwezigheid van ziekte maar als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren. Dat klinkt abstract, maar het model maakt het concreet via zes dimensies die samen een spinnenweb vormen. Elke dimensie is een draad; als één draad slap hangt, voelt het hele web minder stevig.
De zes dimensies zijn:
- Lichaamsfuncties: hoe fit, energiek en fysiek gezond voel je je, inclusief slaap, pijn en vitaliteit.
- Mentaal welbevinden: je stemming, veerkracht, omgaan met stress en hoe goed je omgaan met stress en hoe goed je hoofd ‘meewerkt’.
- Zingeving: of je het gevoel hebt dat je leven ergens naartoe gaat, wat je drijft en wat je waardevol vindt.
- Kwaliteit van leven: of je geniet van het dagelijks leven, of er plezier, rust en sociale verbinding in zitten.
- Meedoen: je rol in je omgeving, je werk, vriendschappen, vrijwilligerswerk of studie.
- Dagelijks functioneren: praktische zelfredzaamheid, voor jezelf zorgen, organiseren, omgaan met verandering.
Wij van Jongedame.nl vinden dit model zo waardevol omdat het aansluit bij hoe jonge vrouwen gezondheid eigenlijk ervaren. Je kunt topfit zijn in de sportschool en toch elke zondag met een knoop in je maag wakker worden. Dat zit dan in de zingeving, niet in je lichaamsfuncties.
Stap 1: Doe de nulmeting
Pak een vel papier of open een notitie-app. Geef jezelf op dit moment een eerlijk cijfer van 0 tot 10 op elke dimensie. Geen gemiddelde van de afgelopen maand, maar vandaag, nu, eerlijk. Schrijf ook in één zin op waarom je dat cijfer geeft.
Die eerste momentopname laat al een patroon zien. Misschien scoort je lichaamsfuncties een 7 maar je zingeving een 4. Of je meedoen staat hoog terwijl je kwaliteit van leven laag is, wat erop kan wijzen dat je veel doet voor anderen maar weinig voor jezelf. De nulmeting is geen diagnose, het is een spiegel.
Stap 2: Spot je zwakste draad
Kijk naar je laagste scores en vraag jezelf af welke dimensie nu de meeste energie wegtrekt. Dat is niet altijd de dimensie met het laagste cijfer. Soms is een 5 op mentaal welbevinden veel zwaarder dan een 6 op dagelijks functioneren, simpelweg omdat die 5 alles kleurt.
Concrete signalen per dimensie die je kunnen helpen herkennen waar het wringt:
- Lichaamsfuncties: je bent al na een korte wandeling moe, slaap je uit maar voel je je toch niet uitgerust, of heb je terugkerende lichamelijke klachten die je negeert.
- Mentaal welbevinden: piekeren in bed, moeite om iets leuks ook echt leuk te vinden, sneller geïrriteerd dan normaal.
- Zingeving: je werk of studie voelt zinloos, je vraagt je af of dit is wat je echt wil, je hebt het gevoel dat je ‘op de automatische piloot’ leeft.
- Kwaliteit van leven: je kijkt nauwelijks meer uit naar iets, vrije tijd voelt leeg of verplicht.
- Meedoen: je trekt je terug uit sociale situaties, voelt je niet nuttig of niet gezien in je omgeving.
- Dagelijks functioneren: kleine klusjes stapelen zich op, je administratie loopt achter, je hebt het gevoel alles maar net bij te houden.
Stap 3: Formuleer één gerichte actie
Kies de dimensie die nu het meest vraagt om aandacht en formuleer één concrete actie. Niet ‘meer bewegen’ of ‘minder stressen’, want dat zijn geen acties. Wel: ‘drie keer per week 20 minuten buiten wandelen voor het avondeten’ of ‘elke vrijdagavond iets plannen wat ik echt leuk vind, ook als ik moe ben’.
De sleutel is afgebakendheid. Een actie werkt als je aan het einde van de week kunt zeggen of je het gedaan hebt of niet. Vaag voornemen verandert in meetbare gewoonte. Begin deze week, niet volgende maand.
Stap 4: Betrek je omgeving bewust
Het spinnenweb werkt ook goed als gesprekshulpmiddel. Wanneer je naar de huisarts gaat met een vaag gevoel van ‘ik ben niet ziek maar ook niet goed’, kun je letterlijk zeggen: ‘Ik heb mijn zes dimensies gescoord en merk dat mijn mentaal welbevinden en zingeving allebei laag staan. Ik vraag me af of we daar samen naar kunnen kijken.’ Dat geeft richting aan het gesprek zonder dat het meteen medisch wordt.
Met een coach, therapeut of vertrouwde vriendin werkt hetzelfde principe. Laat je spinnenweb zien. Niet om een oplossing te vragen, maar om hardop te ontdekken wat er eigenlijk speelt. Soms is het uitspreken al de helft van het werk.
Stap 5: Herevalueer na vier weken
Plan nu al een moment in vier weken in. Doe dan opnieuw de nulmeting met dezelfde zes dimensies en vergelijk je scores met die van vier weken geleden. Vooruitgang betekent hier niet dat alle scores omhoog zijn gegaan. Het kan ook zijn dat je beter snapt waarom een dimensie laag staat, en dat je daarmee vrede hebt. Dat is ook groei.
Bijsturen is nodig als een dimensie na vier weken nog steeds laag staat én je merkt dat het doorwerkt in andere dimensies. Soms is de actie die je gekozen had gewoon niet de juiste, dan pas je hem aan. En soms laat een lage score zien dat er professionele ondersteuning nodig is, en dat is ook een waardevolle conclusie.
De valkuil van overoptimaliseren
Hier wil ik je echt voor waarschuwen. Positieve gezondheid is geen uitnodiging om op alle zes dimensies een 10 te scoren. Dat is niet realistisch en ook niet het doel. Het model is bedoeld als kompas, niet als scorebord. Als je het spinnenweb gebruikt om jezelf af te rekenen op elke lage score, maak je er een nieuwe bron van stress van.
Een 6 op kwaliteit van leven in een drukke periode van je leven kan volkomen normaal zijn. Een lage zingevingsscore hoeft niet te betekenen dat er iets mis is, soms zit je gewoon in een fase van zoeken. Het model vraagt je om eerlijk te kijken, niet om perfect te zijn. Er is geen eindversie van jezelf die op alle zes assen hoog scoort.
Het positieve gezondheidsmodel vraagt je om verder te kijken dan de afwezigheid van klachten. Niet elke draad in het spinnenweb hoeft strakgespannen te zijn, maar het helpt wel om te weten welke er aandacht verdient. Dat inzicht geeft meer richting dan een standaard ‘ik voel me wel oké’.
Wij zien dit model vooral als een praktisch startpunt: doe de nulmeting, kies één concreet aandachtspunt en check na een paar weken of er iets is verschoven. Meer hoeft het in eerste instantie niet te zijn.
